Onderbouwing
Ontwikkeld met de praktijk
Praktijkervaring, gesprekken met experts, bestaande kennis en de methodiek van het Digital Ecosystems Institute.
Samen gebouwd aan één model
De DMI Energiescan-blauwdruk is ontwikkeld om meer inzicht te geven in het speelveld rondom energie binnen gebiedsontwikkeling. Daarbij is niet uitgegaan van één organisatie of één perspectief, maar van de gezamenlijke opgave waarin verschillende partijen samenwerken.
De blauwdruk combineert praktijkervaring, gesprekken met experts en bestaande kennis met de werkwijze en methodiek van het Digital Ecosystems Institute. De procesbeschrijving is onder meer gebaseerd op interviews met een netbeheerder en Het Normo en op een eerdere sessie over energiesystemen.
Het ecosysteem als vertrekpunt
Een belangrijk onderdeel van de blauwdruk is het in kaart brengen van het ecosysteem rondom de opgave. Daarvoor wordt gekeken naar de verschillende partijen en naar hun belang, spanningsveld, organisatiedoel, informatiebehoefte en informatieaanbod.
Deze manier van kijken helpt om niet direct vanuit één technische oplossing of één dataset te redeneren, maar eerst te begrijpen hoe het speelveld in elkaar zit en waar partijen elkaar nodig hebben.
Hier komt de referentie naar het model van Van der Linden, zodra die informatie beschikbaar is.
Van gesprekken naar een herhaalbare werkwijze
Uit de gesprekken en praktijkervaringen komt een duidelijke lijn naar voren: een energievraagstuk begint niet bij data. Eerst zijn een gezamenlijk doel, inzicht in het ecosysteem en duidelijkheid over eigenaarschap nodig. Daarna kan de vraag worden aangescherpt en kan worden bepaald welke informatie en data nodig zijn.
Deze inzichten zijn vertaald naar een proces van tien stappen. Daarmee wordt niet alleen gekeken naar wat binnen één gebied werkt, maar ook naar welke onderdelen van de aanpak herhaalbaar zijn voor andere gebiedsopgaven.
Leren van verschillende praktijksituaties
Om de bruikbaarheid en herhaalbaarheid te onderzoeken, wordt de blauwdruk gekoppeld aan drie verschillende gebiedsopgaven: Helmond, Amersfoort en ’s-Hertogenbosch. De verschillen tussen deze casussen zijn daarbij juist waardevol. Ze laten zien hoe de aanpak werkt bij nieuwbouw, verdichting en transformatie en maken zichtbaar waar aanvullende stappen, informatie of samenwerking nodig zijn.
Bekijk de drie praktijkcasussen
Een model dat blijft ontwikkelen
De energietransitie, wet- en regelgeving en de mogelijkheden voor het delen en gebruiken van data zijn voortdurend in beweging. Daarom is ook de blauwdruk geen statisch eindproduct. Nieuwe inzichten, praktijkervaringen en toepassingen kunnen aanleiding zijn om het model en de werkwijze verder aan te scherpen. Door ervaringen vast te leggen en terug te brengen in de generieke aanpak ontstaat een blauwdruk die steeds opnieuw kan worden toegepast én verbeterd.
Lees verderBegrippenlijst